Zout, zand en zee

Met een onregelmatig zigzag passeert een man ons met een warrige bos haar. Bij elke stap ontstaat er een klein stofwolkje bij zijn voeten. ‘De bus komt echt hoor’, weet hij ons te vertellen als hij ons bijna voorbij is. Samen met Lucia ben ik een dagje naar het strand geweest. Pelikanen gekeken, die over de golven zweefden, sapje gedronken, gekletst en met de voeten in de branding van de zee gestaan. Het zand plakt nog aan onze voeten en zout zit in ons haar als we aan de weg gaan staan om de laatste bus te pakken.

We zijn ruim  op tijd, want de laatste bus missen naar León betekent een overnachting aan ’t strand. Een nachtje aan ’t strand is helemaal niet zo verkeerd, maar Lucia moet morgen weer om zes uur op om zeven uur weer  in de collegebanken te zitten. Lucia studeert verpleegkunde aan de universiteit van León.

Na twintig minuten wachten besluiten we een eindje verderop te wachten, samen met een grote groep andere mensen. De zigzaggende man ziet ons weer staan en begint weer een praatje: ‘De bus komt echt hoor. Al deze mensen hier staan ook op die bus te wachten, dus maak je geen zorgen.’ We praten nog wat over de verschillen tussen de oost- en westkust van Nicaragua, over de verschillende inheemse bevolkingsgroepen en over vissen. Met enige regelmaat kijk ik om mijn mobieltje om te weten hoe laat het is. De tijd verstrijkt, maar de praatjes hier en daar maken het wachten best plezierig.

In de verte doemen er twee lichten op. Een paar kinderen komen op ons af: ‘De bus komt, de bus komt!’ Een verademing voor de wachtende mensen, die hier en daar toch een beetje ongeduldig beginnen te worden.

Als de bus dichterbij komt, wordt algauw duidelijk dat een zitplaats niet meer bij de opties hoort. Met veel getrek en geduw proberen de mensen een paar vierkante centimeter te bemachtigen in de bus. Lucia en ik bemachtigen een plek op de trap, naast de chauffeur. Verbazingwekkend passen er zes mensen op het kleine trappetje. Een jongen hangt half buiten de bus om de ingang toch een beetje te barricaderen.

Onderweg blijft het een getrek en geduw. Met mijn rug plak ik tegen een man, die nog even voor vertrek een duik in de zee heeft genomen. Tijdens de terugreis wordt mijn rok steeds vochtiger van zijn zoute broek. Naast mijn staat een vrouw die om de vijf minuten haar voeten verplaatst, dat ervoor zorgt dat er ik uiteindelijk op een klein randje van de trap sta. Voor mij staat Lucia rustig tegen een randje. In haar ene hand een flesje water en in de andere haar natte T-shirt.

Halverwege de reis besluit de chauffeur toch maar een gezellig muziekje op te zetten. De sfeer slaat om. Mensen maken zich minder druk om de vele mensen in de bus, maar moeten eigenlijk wel lachen om de rare situatie. Kinderen slapen en de rest maakt er gewoon het beste van.

Eenmaal in León aangekomen, verlaten de mensen uitgelaten de bus. Een paar mensen praten nog wat. Lucia en ik beginnen aan ons wandeltochtje naar huis, waar ons een heerlijke douche wacht. Zout, zand en zee verdwijnt in het doucheputje.

maart 30, 2009
By on 20:37
Vragen en antwoorden

Mijn verblijf aan de oostkust van Nicaragua ligt alweer een paar dagen achter me. Puerto Cabezas heeft plaats gemaakt voor de studentenstad León. Geen frisse zeelucht meer, maar een drukkende warmte. Mezelf niet meer wassen met water uit de put, maar gewoon onder een douchekop met stromend water. Geen nieuwe woordjes meer leren in het Miskito, maar mijn Spaans weer een beetje verbeteren. Niet meer wakker worden door Jannes en Solki, omdat ze ‘s ochtends vroeg in mijn bed springen, maar een wekker die me laat weten dat een nieuwe dag is aangebroken.

Ik heb genoten van Jet, Milton, Jannes en Solki. Ik heb veel foto’s kunnen maken over de gevolgen van de orkaan Felix. Ook heb ik het nodige beeldmateriaal kunnen maken voor Stichting Marijn. En niet te vergeten het fotoproject met de kinderen uit het project. Of dat laatste een succes is geworden, zal blijken in Nederland.

De werkzaamheden in León, zijn inmiddels in volle gang. Al vrij snel had ik een afspraak met Julio Tenorio, om meer te weten te komen over zijn werkzaamheden in León. We hebben samen kunnen dromen over een betere toekomst en kunnen praten over het realiseren van die dromen. Met enige regelmaat organiseert Julio avonden voor jongeren om te kunnen praten over sociale thema’s. Iets waar binnen kerkelijke gemeenschappen in Nicaragua maar weinig ruimte voor is. Daarnaast organiseert hij avonden voor stellen die willen gaan trouwen of net getrouwd zijn, die nog vol vragen zitten over hoe een huwelijk goed kan zijn en over hoe je een huwelijk goed kan houden.

De grootste droom van Julio? Kerkelijke gemeenschappen samenbrengen om te praten over sociale thema’s. Klinkt mij prima in de oren, maar wetende dat er 85 kerkelijke gemeentes zijn in León is dat nog een hele kluif. Eind deze week zal ik een van de bijeenkomsten bijwonen. Mijn nieuwsgierigheid groeit met de dag.

Een andere zoektocht in León, eentje die me zeker meer aan het hart ligt, is de mogelijkheid voor een project in deze studentenstad. Ik kom maar al te vaak jongeren tegen in León, die het liefst gewoon even een praatje willen maken. Vragen willen stellen en even hun ei kwijt willen. Aan mij heb je dan zeker een goeie, maar een structurele plek waar jongeren terecht kunnen is er eigenlijk helemaal niet. Een jongerencentrum dus, waar jongeren altijd terecht kunnen voor een praatje, maar ook ontspanning kunnen vinden.

Morgen ga ik een bezoek brengen aan een jongerencentrum in Chinandega. Een plek die ik al eerder bezocht, maar toen speelde deze ideeën nog niet in mijn hart. Hopelijk vind ik daar weer wat antwoorden.

Kortom, een bezoek vol vragen, maar hopelijk ook een bezoek met antwoorden.

maart 25, 2009
By on 21:28
Fruit en vissen

Rood stof waait in mijn gezicht en af en toe valt er een dikke druppel water op mijn nu al vieze broek. Ik zit in een bus, die over de hobbels verplaatst naar Krukira. Het dak van de bus is volgeladen met grote zakken met ijs. Koelkasten of vriezers zijn niet te vinden in de communidad, dus bewaren de bewoners de vis in grote thermosbakken met ijs.

De bus is vol. Op twee stoelen hebben drie mensen plaats genomen en in het gangpad staan de mensen klem. Twee rijen achter mij huilt een baby en naast mij zit een klein jongetje me geïnteresseerd aan te staren. En vrouw voor mij krijgt met veel moeite het raampje dicht. Het druppelen op mijn broek stopt.

Een uur later stap ik stoffig de bus uit. Ik ben aangekomen in Krukira, een communidad, waar vissen de belangrijkste activiteit is. Ik ruik de zee. Even geen drukte van de stad om me heen. Geen toeterende taxi’s en  geen fluitende mannen. Alleen het fluiten van vogels en het hinniken van paarden is wat ik hoor. De wind van zee waait door de bomen, maar veel bomen zijn ’t niet.  Even voor mij ligt een dikke boom, ontworteld op de grond. Als ik even verder kijk, realiseer ik me dat dat een van de vele ontwortelde bomen is. Mangobomen, palmbomen, citrusbomen, allemaal hebben ze het begeven.

Anderhalf jaar geleden raasde de orkaan Felix over Krukira. Een grote ravage liet hij achter. De Miskito’s in Krukira leven nog steeds met de gevolgen van deze orkaan. Niet alleen een tekort aan fruit moeten ze nog overwinnen, ook een tekort aan vis. Sinds de orkaan is vis schaarser en de zoektocht naar vis moeilijker. Inmiddels zijn veel huizen herbouwd van de oude materialen, maar voordat Krukira weer is als voorheen, zullen er nog tientallen jaren voorbij moeten gaan.   

maart 20, 2009
By on 23:20
Krukira

Krukira1_5Krukira2_2Krukira3Krukira4

maart 18, 2009
By on 04:17
Zevenentwintig foto’s

Langzaam vult de ruimte zich met kinderen. Met een verlegen nieuwsgierigheid houden ze me in de gaten, terwijl ze een plek bemachtigen in de kring. Een paar meiden zitten al giechelend nog even met elkaar te praten, één van de jongens vraagt nog wat aan één van de educadores. Elda verheft haar stem om daarmee het startsein te geven aan de huiswerkles.

Na een kort praatje, schuiven de plastic stoelen door de ruimte. Binnen een paar minuten zitten alle kinderen in groepjes rond een tafel met één van de educadores. De schriften komen op tafel en de stapel boeken voorin de ruimte verspreiden zich over de tafel. Sommige kinderen hebben moeite om hun concentratie erbij te houden en kijken dan ook een beetje dromerig om zich heen. Anderen buigen zich gedreven over hun schriften en grijpen elke mogelijkheid aan om zoveel mogelijk vragen te stellen.

Vandaag eindigt de huiswerkles iets eerder. Elda verheft haar stem weer en vraagt de kinderen om weer een grote kring te maken. Alle ogen zijn gefixeerd op het kleine wegwerpcameraatje dat ik in mijn hand heb. Norma verteld de kinderen over het fotoproject. Ze legt uit hoe leuk het zou zijn als de mensen in Nederland, die financiële hulp bieden, een kijkje zouden kunnen nemen in het leven van de kinderen in Puerto Cabezas. En natuurlijk hoe leuk het zou zijn als alle kinderen daaraan mee willen werken. De oogjes beginnen te stralen als de kinderen zich realiseren dat ze zelf foto’s gaan maken van hun bestaan in Puerto Cabezas. Een foto van hun huis, tuin, familie, keuken, school, etc.

Voor ik de cameraatjes uit handen geef, probeer ik ze nog wat te vertellen over fotografie. Op welk knopje moet je drukken om een foto te maken, hoe kan je het rolletje doordraaien, hoe gaat de flitser aan en hoeveel foto’s kan je maken met één camera. De kinderen luisteren aandachtig en wachten op het moment dat ze hun camera in handen hebben. Voor het uitdelen vraag ik het nog een keer. ´Hoeveel foto’s kunnen jullie maken?´ In koor roepen ze: ‘Zevenentwintig!’

En nu maar hopen dat ze niet allemaal zevenentwintig foto’s maken van hun hond. Wanneer ik daarachter kom, is als ik weer terug ben in Nederland en de rolletjes zijn ontwikkeld.

maart 13, 2009
By on 01:50
Foto´s

Puerto_cabezas1_4Puerto_cabezas2_3Puerto_cabezas3


By on 01:44
Hanen

In de verte hoor ik een haan kraaien. Eén haan, die heel voorzichtig een nieuwe dag aankondigt. Het voorzichtige ervan, verandert als alle hanen uit de straat deze boodschap tegelijk willen beamen. Het kabaal haalt me abrupt uit mijn slaap, maar het te kort daaraan zorgt ervoor dat ik gewoon uitgeteld in bed blijf liggen.

Ik ben in Puerto Cabezas, een stad aan de oostkust van Nicaragua. Ik verblijf bij Jet en Milton en hun kinderen Jannes (6) en Solki (3). Dat ik nog steeds uitgeteld in bed lig, heeft alles te maken met de reis die nog maar net achter me ligt. Vrijdagavond drong de zoete geur van Nicaragua voor het eerst mijn neus binnen, maar de volledige reis zat er nog niet op. Zaterdagochtend stond ik alweer vroeg op om het vliegtuig te pakken naar Puerto Cabezas. Kijkende door een van de raampjes van het gammele vliegtuigje, genoot ik van het grillige landschap onder me. Bergen en dalen wisselen elkaar af en hier en daar kronkelt een rivier langs de bomen. Af en toe vallen mijn ogen een beetje dicht, maar het schommelen van het vliegtuig brengt me niet volledig in slaap.

Een zachte bries blaast door mijn haar, als ik het kleine trappetje van het vliegtuig afdaal. Met mijn handbagage loop ik richting het kleine gebouwtje. Als ik eenmaal weer in bezit ben van mijn koffer, loop ik aan de andere kant het gebouwtje weer uit, waar Jet op me staat te wachten. Op z’n Nederlands geven we elkaar drie zoenen.

Het is leuk om elkaar na lange tijd weer te ontmoeten. Flarden van gesprekken beginnen, terwijl we naar het huis van Jet en Milton wandelen, met de koffer achterop de fiets. Ondertussen neem ik de omgeving in me op en ben ik blij dat ik hier ben.

Diezelfde middag nog is er een bijeenkomst vanuit Stichting Marijn. Een groot deel van de ouders zijn bijeengekomen om samen te luisteren en te praten over het thema huiselijk geweld. Met mijn nieuwe camera in de tas rijd ik met Jet mee naar het gebouwtje. Nieuwsgierig kijken de mensen hoe ik de eerste foto’s maak. Al gauw gaat iedereen zijn eigen gang en kan mijn werk echt beginnen.

Toch neemt de concentratie af, naarmate de bijeenkomst tegen zijn einde loopt. Eenmaal thuis bij Jet en Milton, slaat de moeheid pas echt toe. Al vroeg lag ik te slapen en ver na het kraaien van de hanen stapte ik energiek mijn bed weer uit.   

maart 9, 2009
By on 04:13
Aftellen begonnen

Nog maar 50 nachtjes slapen en dan stap ik weer in het vliegtuig naar Nicaragua. Ik zal je het bladeren door je agenda besparen: Vrijdag 6 maart is de dag.

’s Ochtends vroeg bepakt en bezakt een wandelingetje maken naar station Ede-Wageningen om daar de trein te pakken naar Schiphol. Naar de juiste balie, inchecken, bakkie koffie en dan door de douane naar de juiste gate. Vliegtuig in, in Houston er weer uit, paspoort laten zien, formuliertjes afgeven, irisscan, vingerafdrukken en een ander vliegtuig pakken om mee naar Managua te vliegen. Dan boven Managua met mijn gezicht tegen het kleine raampje pakken, om de lichtjes van de stad te bekijken. Vliegtuig uit, bagage halen en dan door de deur naar buiten.  Even stilstaan en de zoete geur van Nicaragua opsnuiven.

Vrijdag 6 maart

Amsterdam – Houston – Managua

Vertrek 09.30

Aankomst 21.01

Maandag 6 april

Managua – Houston – Amsterdam

Vertrek 12.05

Aakomst 11.40 (Dinsdag 7 april)

januari 15, 2009
By on 22:30
Draad weer oppakken

Lange tijd afwezig geweest op mijn weblog. Af en toe nog wel eens een kijkje genomen, hopend op leuke reacties. Logisch dat ik die niet vond. Daar zou ik toch iets meer input voor moeten geven, niet waar? Bij deze een voorzichtige nieuwe start. Rijst meteen de volgende vraag op: Waar moet ik beginnen???

Rode draad in mijn weblog blijft toch Nicaragua. Op een of andere manier blijft dit Centraal Amerikaanse land me bezighouden. Vanaf het eerste moment dat ik voet op Nicaraguaanse bodem zette heeft het land een bijzonder plekje in mijn hart. Iets wat me toen der tijd een beetje overviel eigenlijk. Moet zeggen dat het me nog steeds wel eens overvalt.

Nieuwe plannen voor Nicaragua? Jazeker. In maart 2009 reis ik weer af naar het land waar mijn hart ligt. Als mijn job in Nederland het allemaal toelaat, zal ik daar een maand verblijven. Ik hoop de helft van de tijd aan de oostkust te zijn en de andere helft in de stad León.

Orkaan Felix

Aan de oostkust zal ik gaan werken aan een fotoreportage over de gevolgen van de orkaan Felix. Zo’n anderhalf jaar geleden raasde het natuurgeweld over het noordoosten van Nicaragua, een gebied waar vooral Miskito-indianen wonen. Orkaan Felix heeft veel schade aangericht en geld en middelen om huizen te herbouwen is niet wat daar zomaar voor handen ligt. Momenteel woont nog steeds een groot deel van de bevolking in tentjes naast wat ooit hun huis was.

León

In León zal het een weerzien van vrienden worden. Neemt niet weg dat ik ook daar een doel voor ogen heb. Ik hoop meer te weten te komen over het werk van Julio Tenorio. Ik leerde hem kennen in 2007, toen hij een gemeente leidde als voorganger. Nu is Julio jongerenwerken en tevens geeft hij relatiecursussen in León. Een man met een missie, mag ik wel zeggen. Een missie die naar mijn idee door moet gaan. Hopelijk verzamel ik in maart voldoende informatie om een goede presentatie te kunnen houden in Nederland, om zou financiële ondersteuning op poten te kunnen zetten voor de missie van Julio.

december 3, 2008
By on 23:02
Mi hermano

‘Meneer, moet ik er hier uit?’ De buschauffeur kijkt me een beetje onverschillig aan en knikt ja. Ik pak mijn tas en stap de stromende regen in. Iets verderop zie ik een gebouwtje. Ik denk niet lang na en ren in de richting van het licht. Het blijkt een restaurant te zijn en dat komt me eigenlijk wel goed uit, aangezien ik die dag nog maar weinig had gegeten.

Het vliegveld is in de verste verte niet te bekennen. Dat kan natuurlijk aan de regen liggen, die met bakken uit de hemel komt. Ik vraag het toch maar aan de twee mannen die achter me zitten te eten. ‘Dan moet je daar naar rechts en dan onder de weg door en dan ben je er al.’ Het stelt me gerust dat ik in ieder geval in de buurt van het vliegveld ben uitgekomen. Nog een paar uurtjes en Rob wandelt daar de deur uit.

Ik ben op tijd op het vliegveld en het vliegtuig heeft vertraging. Ik plof ergens op een bankje en raak aan de praat met andere wachtende mensen. Blijft toch altijd een beetje een uitgelaten bedoeling op een plek waar mensen komen en gaan. Bij de één rollen tranen over de wangen en de bij ander staat een grote grijns op het gezicht. Ik voeg me bij de grijnzen die voor het raam staan te gluren. Een beetje zenuwachtig blijft mijn blik op de deur gericht. Af en toe rek ik me even uit zodat ik beter over de menigte heen kan kijken. Ik loop nog eens naar het bord, waar de aankomsttijden staan aangegeven. Rob is geland.

Het turen naar de deur duurt langer dan ik dacht, maar dan verschijnt Rob daar, bepakt en bezakt. Ik wapper met mijn armen boven de menigte uit en Rob heeft algauw door dat ik dat ben. Een dikke omhelzing en ook grote verbazing dat we nu oog in oog staan. Een maandje of vijf geleden zagen we elkaar voor het laatst.

Rob landde op 13 juni in San José, Costa Rica. Inmiddels hebben we El Salvador, Guatemala, Honduras en Nicaragua gezien. Ons rest nog een weekje of twee. Rob probeert nog zoveel mogelijk Spaanse lessen mee te pikken en ik neem afscheid van mensen die me in de maanden zeer dierbaar zijn geworden. Samen zullen we nog een bezoek brengen aan Corn Islands.

26 juli vliegen we terug naar Nederland, waar we 27 juli zullen aankomen.

MP0636  26 juli 2007   San José 11:25  – Amsterdam 9:40 (27 juli 2007)

juli 12, 2007
By on 00:21